Wet op de Continuïteit van de Onderneming (WCO), de suprematie van het goederenpand!

sep 2011 | Goederenpand, NL

Het is zeker niet onze bedoeling om de goede kanten van de Wet op de Continuïteit in vraag te stellen. De WCO heeft als concept de reorganisatie van ondernemingen in moeilijkheden. Het succes van deze wetgeving is evident : sinds haar invoering zijn er reeds méér dan 2000 procedures ingeleid tegenover slechts 78 toegekende Gerechtelijke Akkoorden over heel 2008.

Uiteraard heeft de WCO haar voordelen. Echter, vanuit het oogpunt van de Schuldeisers van een onderneming onder WCO (bijna altijd de Banken), heeft de WCO ook enkele grote nadelen die evenmin kunnen worden ontkend. Het succes van de WCO zal dan ook deze nadelen exponentiëel doen toenemen, waardoor het een “no go” – zone zou kunnen worden voor de Schuldeisers.

Zoals u bekend wordt in België het bankkrediet vaak gekoppeld aan een hypotheek of een pand op de handelszaak. Een periode invoegen waar de ondernemer in problemen quasi vrij kan beschikken over de activa, die als waarborg dienen voor zijn Bankier, plaatst deze laatste in een zeer onbehaaglijke situatie.

De Bankier kan onder de WCO enkel passief toekijken op dergelijke verarmingen van zijn traditionele zekerheden.

Voor wat de klantschuldvorderingen betreft, is Factoring een oplossing. Een deel van de activa kan op deze manier beschermd worden. Maar wat met die andere activa, de voorraad?

Dankzij het Goederenpand kan u als Bankier, indien noodzakelijk, de verpande voorraad blokkeren en dit op basis van het Retentierecht. Het is dan ook deze slagkracht die er voor zorgt dat u niet lijdzaam dient toe te kijken, maar ervoor zorgt dat het Goederenpand uitstijgt boven de traditionele zekerheden.

Maar wat in geval van overdracht onder gerechtelijk gezag van het geheel of een gedeelte van de onderneming of van haar activiteiten, voorzien in artikel 59 en volgende van de WCO ?

Wij vroegen het advies van Meester Michèle Grégoire, Advocaat bij het Hof van Cassatie, voor wat betreft “De tegenstelbaarheid van het retentierecht ten voordele van de pandhoudende schuldeiser”. Uit dit advies blijkt duidelijk dat de Pandschuldeiser, zelfs in geval van overdracht onder gerechtelijk gezag, zijn voorrechten behoudt : zijn voorkeursrecht, maar vooral zijn retentierecht.

Wenst u meer informatie over het goederenpand?

Warrant NV - Romeinsestraat 10 bus 15, 3001 Heverlee - T +32 2 511 29 31 - F +32 2 514 00 17 - E info@warrantgroup.com

Share This